Links en rechts

Achteraf gezien is het een wonder dat het kabinet Balkenende het 87 dagen heeft volgehouden. Na zijn val wordt nu de mythe in het leven geroepen dat het heel anders was gegaan als Pim Fortuyn (die van zichzelf dus Fortuijn heette) in leven was gebleven. In de Volkskrant heette bij voorbeeld dat Fortuyn met kop en schouder boven zijn LPF-volgelingen uitstak onder andere vanwege zijn ‘dossierkennis’. Een postume belediging. Pim was er juist trots op dat hij nergens echt iets van wist en zijn boeken en columns vormen daarvan een blijvend bewijsstuk. In plaats van op dossierkennis beriep hij zich bij voorkeur op persoonlijke ervaringen. Dossierkennis was voor hem een treurig bewijs van bureaucratisme en oude politiek.

Ook in dit opzicht treden de LPF-ers getrouw in zijn voetsporen. Het gaat er in hun ‘nieuwe politiek’ niet om iets te weten. Het gaat erom dat je iets vindt. (Enige uitzondering was Eduard Bomhoff, na de verkiezingen van de PvdA naar de LPF overgelopen maar nu alweer uitgekotst. Terecht beriep hij zich na zijn aftreden op ‘respect en vertrouwen’ als uitgangspunt van alle politiek, - om daarna voormalige collegae zonder een spoor van bewijs van van alles te beschuldigingen.) Dat Pim Fortuyn collegiaal had samengewerkt met Bomhoff en Heinsbroek vergt een wonderbaarlijke fantasie, evenals de gedachte dat hij niet vanaf het begin premier Balkenende was gaan sarren. Nee, 87 dagen waren het dan niet geworden.

            Wat nu? De voornaamste oorzaak van de verkiezingsuitslag van mei 2002 is inmiddels verdwenen. Dat was de erfenis van paars. Niet de inhoudelijke. Ik behoorde tot de eerste critici van de PvdA-VVD-D66-kabinetten, maar wie over ‘de puinhopen van paars’ of de ‘noodzaak van wederopbouw’ sprak, zoals Fortuyn en in zijn kielzog Balkenende deden, had alle gevoel voor proporties verloren.

Nee, het probleem van paars was het verdwijnen van herkenbare politieke tegenstellingen. PvdA en VVD voerden gezamenlijk een rechts beleid met een rood randje dat in feite een voortzetting was van dat van de kabinetten Lubbers, zoals in het vorig jaar oktober verschenen (en mede door mij geredigeerde) Zeven jaar Paars. Het 22e jaarboek voor het democratisch socialisme door een keur van auteurs, onder wie Balkenende, in kaart is gebracht. Een dergelijke Politikverdrossenheit, zoals zij het in de Bondsrepubliek noemen, zet de deur open voor populistische politieke bewegingen. CDU-lijsttrekker Edmund Stoiber noemde dat vóór de recente verkiezingen in Duitsland als argument om een ‘grote coalitie’ met de SPD uit te sluiten: ‘wij willen hier geen Pim Fortuyn.’

            Welnu, dankzij de LPF is er in de Nederlandse politiek een eind gekomen aan een periode waarin het heette dat ‘links’en ‘rechts’ achterhaalde begrippen zijn, dat politieke tegenstellingen hadden plaatsgemaakt voor technische problemen die ‘pragmatisch’ konden worden opgelost. (Elders heb ik de woorden van de grote econoom Keynes in herinnering gebracht, die van politici die ‘pragmatisch’ zeiden te opereren opmerkte dat ze in het algemeen de slaven van een allang geleden gestorven econoom waren.)

            De tegenstelling tussen links en rechts is nu volop terug in de Nederlandse politiek. De beoogde lijsttrekker van de VVD, Gerrit Zalm, heeft regeringssamenwerking met de PvdA na de verkiezingen uitgesloten. Paars is voor de nabije toekomst uitgesloten. Het CDA stelde aanvankelijk dat het het strategisch akkoord van het kabinet Balkenende tot inzet van de verkiezingen wilde maken.

            Dat was om drie redenen opmerkelijk. Daarmee maakten de Christen-Democraten allereerst duidelijk dat de inhoudelijke bijdrage vanuit de LPF aan dat akkoord als van nul en gener waarde mocht worden beschouwd. In de tweede plaats koos het CDA zo onverbloemd voor rechts, in weerwil van zijn traditionele positie in het midden, ‘wij buigen niet naar links, wij buigen niet naar rechts’ (Dries van Agt, ruim twintig jaar geleden). Eindelijk duidelijkheid in de politiek! En in de derde plaats zou nu voor het eerst in de Nederlandse politieke geschiedenis een regeerakkoord worden voorgelegd aan de kiezers, een uiterst welkome verbetering van de democratie. Regeerakkoorden worden immers altijd opgesteld na de verkiezingen, zodat de kiezers er niets over te zeggen hebben.

            Sinds het tot CDA en VVD is doorgedrongen dat de kiezers iets te zeggen zouden krijgen over hun regeerakkoord, zijn ze echter alweer aan de terugtocht begonnen. Zalm schrapte om te beginnen de afschaffing van het spaarloon, het CDA volgde op andere terreinen (en sloot toch ook maar niet een coalitie met de PvdA uit). Er zullen nog wel meer onpopulaire elementen uit het regeerakkoord verdwijnen, nu de kiezers daarover een oordeel kunnen vellen.

Bart Tromp

Auteur
Bart Tromp
Verschenen in
Het Parool
Datum verschijning
24-10-2002

« Terug naar het overzicht