OTTOMAANSE ERFENIS

De neergang van het Ottomaanse rijk begon na het mislukte beleg van Wenen in 1683. Geleidelijk gingen daarna de veroveringen die het in de voorgaande eeuwen had geboekt teloor, terwijl de feitelijke macht van de sultan op den duur niet veel verder dan Istanbul reikte. Maar pas in 1918 stortte het Ottomaanse rijk definitief in elkaar, als gevolg van het feit dat het in de Eerste Wereldoorlog mee had gedaan aan de zijde van de verliezers, Duitsland en Oostenrijk-Hongarije.

De desintegratie van het Ottomaanse rijk leidde toen tot de vorming van het huidige Turkije. Dat werd onder de hardhandige leiding van Mustafa Kemal Ataturk georganiseerd als een moderne westerse nationale staat. Terwijl de bevolking van de nieuwe staat vrijwel helemaal uit moslims bestond, voerde Ataturk een volledige scheiding van kerk en staat in. Tachtig jaar later zijn het in Nederland allereerst ouders van Turkse afkomst die bezwaar maken tegen onderwijzeressen die hoofddoekjes in de klas dragen. In Turkije is het verboden dat leerkrachten in het onderwijs op deze wijze hun godsdienstige identiteit uitdragen.

Ten noorden en ten zuiden van het moderne Turkije liggen de andere resten van het Ottomaanse rijk: de Balkan en het Midden-Oosten. Het is geen toeval dat deze gebieden lang na de ineenstorting van het Ottomaanse rijk nog steeds de twee meest instabiele regio's in de wereld vormen. In de tweehonderd jaar waarin het Ottomaanse rijk desintegreerde, hebben zich daar geen staatsvormingsprocessen voorgedaan zoals in de rest van Europa.

De instabiliteit op de Balkan werd tijdens de Koude Oorlog bevroren door het communisme, maar heeft zich daarna in bloedige conflicten opnieuw gemanifesteerd. Nu moeten internationale garnizoenen er de orde handhaven of wapens inzamelen.

In de zuidelijke zone van het voormalige Ottomaanse rijk zijn na de Eerste Wereldoorlog door de overwinnaars nieuwe staten bedacht en in het leven geroepen. Terwijl op de Balkan allerlei zelfbedachte naties met elkaar wedijverden over het te verdelen grondgebied, lag het in het Midden-Oosten anders. Van nationalistische volksbewegingen was in de meeste gebieden van het verdwenen Ottomaanse rijk geen sprake. Wel van een algemeen Arabisch nationalisme onder bepaalde elites, dat echter geen duidelijke politieke vertaling kreeg. Het resultaat is bijna twee dozijn staten, waarvan de meeste even kunstmatig zijn gebleven als ze bij hun oprichting waren. Irak, om een voorbeeld te noemen, werd na de Eerste Wereldoorlog samengesteld uit drie voormalige Ottomaanse wilaya's (provincies): een Koerdische, een soennitische en een sjiitische. Aan het hoofd plaatsten de Britten een lid van het Hasjemitische vorstenhuis, dat de heilige plaats Mekka bestierde. In de jaren twintig werd dit door de woestijnvorst Ibn Saud verdreven van het Arabisch schiereiland, dat daarna (1932) Saudi-Arabie ging heten.

De staten die op de Balkan ontstonden, waren gebaseerd op een meestal dubieuze nationale identiteit, waaraan zij niettemin een zekere eenheid ontlenen. Aan de zuidflank van het voormalige Ottomaanse rijk is daarvan geen sprake. Uitgezonderd Egypte en later Israel hebben de staten in het Midden-Oosten nooit zo'n nationale identiteit gekregen.

Dat heeft te maken met drie factoren. De eerste is het Arabisch nationalisme, dat eigenlijk van afzonderlijke Arabische staten niet wil weten. De tweede is de de enorme kloof tussen de exuberante rijkdom van de politieke en economische elites en de armoede van de rest van de bevolking. De derde factor is de islam, die een gemeenschappelijk kader biedt om tegen deze stand van zaken te ageren.

Ook in Nederland dringt door dat de islam geen georganiseerde en hierarchische godsdienst is, vergelijkbaar met bijvoorbeeld de katholieke kerk. 'De islam' bestaat dan ook niet. Niettemin is in de islam als geheel nooit het principe van de scheiding tussen kerk en staat aanvaard. Toen Ataturk een eind maakte aan het Ottomaanse rijk, heeft hij geprobeerd ook voor de islam het voorbeeld van het Westen te volgen. De sultan in Istanbul was niet alleen wereldlijk heerser van het Ottomaanse rijk geweest, maar ook geestelijk leider van de islam. Na de afzetting van de sultan liet Ataturk de zoon van een eerdere sultan installeren tot kalief, vergelijkbaar met de paus. Al snel bleek dat in de islamitische wereld deze constructie niet werd aanvaard en twee jaar later nam de inmiddels afgezette kalief de Orient-Express, om de laatste twintig jaar van zijn leven in Parijs te slijten.

De terreuraanslagen van 11 september zijn toegeschreven aan de Saudi-Arabische organisator Osama bin Laden. Die aanslagen waren gericht tegen 'het Westen'. Maar zijn beoogd publiek is de bevolking van de Arabische staten, om zo het daar sluimerend ongenoegen te mobiliseren tegen de bestaande regimes en hun beschermer, de Verenigde Staten. In dit opzicht past Bin Laden in een bestaande traditie. De tragiek van de Arabische wereld is dat er geen andere weg is gebaand om ongelijkheid en instabiliteit te verminderen, de weg in de richting van democratie en rechtsstaat.

Auteur
Bart Tromp
Verschenen in
Elsevier
Datum verschijning
06-10-2001

« Terug naar het overzicht